Lineair-cyclisch keuzeproces voor leermiddelen: een uitgewerkt voorbeeld

 

Op deze pagina staat een concreet voorbeeld van hoe een lineair-cyclisch keuzeproces voor leermiddelen er in de praktijk uit kan zien. In dit voorbeeld gaat het over de keuze voor een nieuwe rekenmethode, maar het proces is toepasbaar op elk vakgebied.

 

Waarom een lineair-cyclisch keuzeproces?

Leermiddelen zijn materialen en hulpmiddelen die het leren dienen te faciliteren. Ze zijn belangrijk voor de kwaliteit van onderwijs. Ze vormen de basis voor hoe een les verloopt en wat leerlingen écht leren. 

Toch kiezen scholen vaak intuïtief en zonder duidelijke criteria voor hun leermiddelen. Daardoor sluiten leermiddelen niet altijd aan bij de onderwijsvisie of leerdoelen, of wordt gekozen voor materiaal dat onderwijskundig weinig effectief is. Scholen worstelen ook met het formuleren van hun vraag richting aanbieders en weten niet altijd waar ze op moeten letten.

Het is belangrijk om criteria scherp te krijgen en alle relevante informatie in beeld te hebben. Een lineair-cyclisch keuzeproces helpt hierbij. Bij zo’n proces doorloopt het schoolteam een aantal opeenvolgende fasen (lineair) in meerdere rondes (cyclisch), totdat de doorslaggevende criteria helemaal scherp zijn en alle informatie verzameld is. 

 

Voorbereiding: diagnose en projectorganisatie

Het keuzeproces start met het stellen van een diagnose. Daarin wordt de uitgangssituatie in kaart gebracht: is de onderwijsvisie voldoende uitgewerkt, is er voldoende kennis aanwezig in het team, en welke instrumenten zijn beschikbaar? Visie- en kennisontwikkeling zijn geen eenmalige stap, maar lopen door het hele proces heen. Wanneer specifieke kennis ontbreekt, kan dat aanleiding zijn voor een gerichte scholingsactiviteit, zoals een webinar of workshop.

Vervolgens wordt vastgesteld wie deel uitmaken van het keuzeteam. Een functionele samenstelling omvat in elk geval een projectleider die het proces coördineert, een notulist die afspraken vastlegt zodat deze steeds in te zien zijn, vakspecialisten, een intern begeleider en een directielid dat structureel aanschuift. Op deze manier wordt de projectorganisatie samengesteld.

 

Het lineair-cyclische proces

Na de voorbereiding start het eigenlijke keuzeproces, opgebouwd uit herhalende rondes van criteria stellen (C), informatie verzamelen (I) en toetsen (T). In dit voorbeeld zijn er vier rondes, maar het kunnen er ook meer of minder zijn.

 

Ronde 1 – Eerste verkenning

C1: Criteria formuleren Als de onderwijsvisie al duidelijk beschreven en bekend is bij het team, zullen de eerste criteria vooral voortkomen  uit de onderwijsvisie van de school. Een heerlijk praktisch instrument is ook het plussen-en-minnenschema: wat zijn de positieve en negatieve punten van de huidige rekenmethode? Zo heb je al een eerste set criteria te pakken.

I1: Informatie verzamelen Met die criteria in de hand ga je een eerste verkenning doen, bijvoorbeeld via de websites van uitgevers. Welke rekenmethoden spreken aan op basis van de criteria?

T1: Toetsen De gevonden methoden toets je aan de criteria uit C1. Je maakt een eerste schifting. Is een criterium bijvoorbeeld dat er per les één leerdoel behandeld wordt, dan zullen bepaalde methoden al snel afvallen.

 

Ronde 2 – Verdieping en longlist

C2: Criteria aanscherpen Je bespreekt met het team welke criteria nog meer belangrijk zijn en verdiept bestaande criteria. Bijvoorbeeld met hulp van de MILK-light. Stel dat je het belangrijk vindt dat leerlingen digitaal kunnen oefenen via een adaptief programma. Dan praat je met elkaar over wat je verstaat onder adaptiviteit en wat daarbij belangrijke criteria zijn.

I2: Gerichte informatieverzameling Op basis van die discussie vraag je bijvoorbeeld presentaties aan bij aanbieders van digitale rekenprogramma’s. Omdat je al stevig hebt nagedacht over de criteria, kun je kritische vragen stellen aan de ontwikkelaars.

T2: Toetsen Na de presentaties toets je de programma’s aan de opgestelde criteria. Het resultaat is een longlist van kansrijke leermiddelen.

 

Ronde 3 – Selectie en shortlist

C3: Doorslaggevende criteria bepalen Je hebt nu al aardig wat informatie verzameld en ziet de voor- en nadelen van de leermiddelen. Niet alles blijkt te voldoen aan de belangrijkste criteria. Je bepaalt met elkaar wat de doorslaggevende criteria zijn.

I3: Heroverweging Met die criteria in het achterhoofd bekijk je de leermiddelen op de longlist nog eens opnieuw.

T3: Toetsen De toetsing levert waarschijnlijk een shortlist op. Van de overgebleven rekenmethoden bestel je proefexemplaren.

 

Ronde 4 – Uitproberen en beslissen

C4: Criteria voor de praktijktest Voordat je de proefexemplaren in de klas inzet, bekijk je nog eens de doorslaggevende criteria en maakt daar een lijst van die gehanteerd kan worden tijdens het uitproberen.

I4: Ervaringen bij andere scholen Wellicht heb je er ook behoefte aan om bij andere scholen te informeren hoe zij werken met het materiaal.

T4: Toetsen in de praktijk De proefexemplaren toets je nu ook in de klas aan de hand van de criteria. Vaak vloeit hier een definitieve keuze uit voort.

 

Leidt de vierde ronde nog niet tot een duidelijke uitkomst, dan kijk je met elkaar waar dit aan ligt en kun je nog een ronde inlassen.

 

Meer weten?

In ons onderzoek naar keuzeprocessen lees je meer over het inrichten van het keuzeproces

Deelrapport 1: Het keuzeproces

Deelrapport 2: De vraagarticulatie